
Wet pleziervaartuigen
Artikel 14
1
Indien voor een pleziervaartuig, een onderdeel van een pleziervaartuig, een voortstuwingsmotor dan wel een ingrijpend gewijzigde voortstuwingsmotor of een ingrijpend verbouwd pleziervaartuig, als bedoeld in artikel 1, derde lid, onderdelen d, respectievelijk e, van de richtlijn door een fabrikant of diens gemachtigde geen procedure van overeenstemmingsbeoordeling is gevolgd, rust die verplichting op degene die het product in de handel brengt of in bedrijf stelt.
2
In een geval als bedoeld in het eerste lid zijn de artikelen 5, 6, 7, 7a, 7b, 13, 15 en 16, vierde lid, van overeenkomstige toepassing.
3
Onverminderd het eerste lid, vraagt degene die het product in de handel brengt of in bedrijf stelt, bij een keuringsinstantie een zogenoemd rapport na de bouw aan, indien hij de verantwoordelijkheid neemt voor de overeenstemming van een reeds gebouwd pleziervaartuig met de in bijlage I van de richtlijn opgenomen essentiƫle eisen.
4
Onverminderd het eerste lid, verstrekt degene die het product in de handel brengt of in bedrijf stelt, bij de beoordeling van een reeds gebouwd pleziervaartuig, de keuringsinstantie alle beschikbare documenten en technische dossiers die betrekking hebben op het voor het eerst in de handel brengen van een pleziervaartuig in het land van oorsprong.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.